Waarom koersen meer stijgen dan dalen.

Stijgende koersen. Elke belegger hoopt erop en elk bedrijf probeert het waar te maken. En dat lukt in de meeste gevallen nog ook. Dat kan geen toeval zijn, dus daar zijn we even ingedoken.

Een goede koersgrafiek loopt van linksonder naar rechtsboven. Daartussen kan het een achtbaansilhouet zijn of een fijn zaagtandpatroon, maar die onmiskenbare stijgende lijn moet erin terugkomen. En heel veel grafieken laten ook netjes die stijgende koersen zien waar wij als belegger blij van worden. Dat kan geen toeval zijn en dat is het ook niet.

Wat laat die koers precies zien?

De huidige koers van een aandeel is niets anders dan de prijs die de laatste koper ervoor betaald heeft. Als je het heel simplistisch bekijkt, dan is de koers de prijs waar we op uit zijn gekomen nadat alle kopers en verkopers van het aandeel hun prijs hebben geroepen. Ergens in die menigte zijn er een koper en verkoper die tot een prijs komen en die prijs komt op het bord als de koers.

Een meer academische benadering vertelt ons dat alle toekomstige verdiensten van een bedrijf in de koers verwerkt horen te zitten. Men neemt alle winst die ooit nog binnen gaat komen, daar zit dus een flink stuk inschattingen en nattevingerwerk in, en deelt die door het aantal uitstaande aandelen. Het bedrag dat daaruit komt rollen, zou de koers moeten zijn.

Achter die stijgende koersen zitten dus winstgevend bedrijven. Wat onze vraag enigszins aanpast naar: “Waarom zijn beursgenoteerde bedrijven bijna allemaal winstgevend?”.

Het kaf is al van het koren gescheiden.

Voor een startend bedrijf is een beursgang vaak verre toekomstmuziek. De meeste bedrijven melden zich pas na vele jaren op de beurs. In de jaren daarvoor heeft men al allerlei proeven doorstaan die een slecht bedrijf de das om doen en een succesvol bedrijf overeind laten. Als we naar de meest recente faillissementscijfers kijken van het CBS dan zien we dat gemiddeld de bedrijven die in het tweede kwartaal van 2019 failliet zijn gegaan, nog geen 9 jaar oud waren. Dat is vrij jong voor een bedrijf.

Deze bedrijven waren ook nog vrij klein, met gemiddeld 6 werknemers per bedrijf. Terwijl we bij de meeste beursgenoteerde bedrijven honderden tot tienduizenden mensen aan het werk zien. Er is dus vaak sprake van enorme groei in omvang van een bedrijf voordat het zich überhaupt in het hoofd haalt om naar de beurs te gaan. En bij bedrijven waarbij die groei laag is of totaal niet aanwezig, ligt er geen beursgang in verschiet, maar eerder een faillissement.

Dus op de beurs vinden we bedrijven terug die alle valkuilen en hordes tijdens de eerste jaren al doorstaan hebben. En niet zomaar doorstaan, tijdens die periode zijn ze flink gegroeid. Dat is een goede basis om winstgevend te zijn in de toekomst.

Er zit nog groei in.

Een bedrijf gaat naar de beurs om geld op te halen. Meestal om veel geld op te halen voor de verdere groeiplannen die ze hebben, maar niet zelf kunnen financieren. Je zou voor dat geld ook bij een investeerder of een bank aan kunnen kloppen, maar doorgaans moet je dan een deel van je zeggenschap inleveren of een hoge rente gaan betalen. De beurs is een dan een alternatief, maar vraagt ook behoorlijk wat van je bedrijf.

Als je naar de beurs gaat om geld op te halen, vraag je namelijk een grote groep anonieme beleggers om te investeren in jouw bedrijf op basis van jouw groeiplannen. Je zult dus een goed verhaal moeten hebben om vreemden te overtuigen geld te investeren. Naast dat verhaal moet je ook nog eens de cijfers kunnen presenteren die de boel onderbouwen, want een beursgang gaat gepaard met een hoop huiswerk en controles. Je komt bij meerdere instanties en belangenverenigingen onder een vergrootglas te liggen, dus je kunt maar beter zorgen dat de zaakjes op orde zijn voordat je eraan begint. Maar als jij een goed verhaal hebt, een goede onderbouwing en je zaakjes zijn op orde, dan is een beursgang een lucratieve manier om geld op te halen.

De meeste bedrijven op de beurs hadden een goed verhaal om geld op te halen en hebben met dat opgehaalde geld hun plannen werkelijkheid zien worden, waardoor ze nu een winstgevend bedrijf zijn.

Je moet het blijven waarmaken.

Met een beursgang zijn allerlei verwachtingen gepaard. Maar, zodra een bedrijf de verwachtingen waarmaakt, houdt het niet op. Beleggers komen namelijk direct met nieuwe verwachtingen op de proppen, die het bedrijf dan weer waar mag gaan maken. En zo houden beleggers en bedrijven elkaar lekker bezig.

Voor bedrijven is die constante stroom aan verwachtingen een blijvende druk die vraagt om prestaties. Elk kwartaal weer. Bedrijven weten het spel van hun kant meestal ook wel goed te spelen. Door het geven van winstverwachtingen en regelmatig rapporteren over de gang van zaken proberen bedrijven de verwachtingen naar hun hand te zetten, zodat ze weten dat ze die komend kwartaal weer waar gaan maken. Zo staat het bedrijf er regelmatig goed op en worden beleggers niet verrast wanneer de cijfers naar buiten komen.

Dit leidt er ook toe dat heel veel bedrijven het elk jaar een klein beetje beter doen. Je ziet maar weinig bedrijven een enorme sprong maken en dan een paar jaar niets klaarspelen. Dat is namelijk te schokkerig voor de meeste beleggers en dus raak je als bedrijf daarmee je investeerders kwijt. En als veel mensen hun buik vol hebben van de schommelingen, dan gaan ze verkopen en veel verkopers betekent een dalende koers. Dat zal een bedrijf altijd proberen te voorkomen.

De extra factoren die een zetje in de rug geven.

Koersgrafieken laten de prijs van een aandeel zien in de tijd. Nou weten we allemaal dat prijzen stijgen. Voor boodschappen, voor een pilsje in de kroeg en voor een volle tank benzine. Die inflatie geldt ook voor aandelen. En dat komt simpelweg omdat alles waar een bedrijf mee heeft te maken (inkoopprijzen, huur, salaris, verkoopprijzen en nog heel veel andere dingen) ook aan inflatie onderhevig zijn. Wanneer alle prijsniveaus evenredig stijgen betekent het dat je aan het eind van de rit meer euro’s aan winst overhoudt en dat gedeeld door dezelfde hoeveelheid uitstaande aandelen betekent dus stijgende koersen.

Daarnaast zien we meestal koersen van een index (een verzameling aandelen) voorbijkomen in plaats van een los aandeel. De AEX komt bijna dagelijks voorbij in het nieuws. Die laat de afgewogen koers zien van de 25 grootste beursgenoteerde bedrijven van Nederland. En het feit dat we naar een verzameling zitten te kijken helpt op twee manieren. Ten eerste verpesten een paar rotte appels het niet voor de rest, want zolang de meeste bedrijvend winstgevend zijn zal het gemiddeld waarschijnlijk stijgen. En eens per jaar wordt het lijstje opnieuw samengesteld waardoor de slechte bedrijven eruit worden gegooid en vervangen voor nieuwe bedrijven om wederom de 25 grootste beursgenoteerde bedrijven van Nederland in de lijst te hebben. In 2015 bijvoorbeeld, het jaar dat Imtech failliet ging, steeg de AEX omdat de rest het verschil ruimschoots goed maakte. En bij de eerstvolgende herweging werd de plaats van Imtech opgevuld door de toenmalige nummer 26 op de lijst waardoor in 2016 de index ook weer dik in de plus scoorde.

waarom koersen meer stijgen dan dalen

En dus krijg je stijgende koersen!

Doordat winstgevende bedrijven die een vliegende start hebben meegemaakt en met veel groeipotentieel naar de beurs zijn gekomen nu elk kwartaal worden gedreven om de verwachtingen waar te maken. De waan van de dag kan best op korte termijn roet in het eten gooien, dat levert de achtbaansilhouetten en zaagtandpatronen op, maar over lange termijn zul je koersgrafieken van linksonder naar rechtsboven zien lopen.

Daarom is het leven van een lange termijn belegger ook zo mooi. Want dan zie je die koersgrafieken resulteren in keiharde euro’s op je rekening. Wil jij ook zo’n leven? Schrijf je dan in en start met beleggen!

Geef een reactie