Hoe een negatieve rente normaal werd.

Rentes. Ze blijven zakken en zijn nu zelfs negatief. In onze allereerste reportage zetten we uiteen hoe een negatieve rente normaal werd.

Jij krijgt geen rente op je spaargeld. En mocht je toch nog iets krijgen, dan is het verwaarloosbaar. Er is zelfs een reële mogelijkheid dat jij rente betaald over het bedrag op je spaarrekening. Dat gegeven zou theoretisch onmogelijk moeten zijn en toch leven we al jaren in de praktijk van negatieve rentes. Daarom zoeken wij in deze allereerste reportage uit hoe een negatieve rente normaal werd.

Vroeger was alles beter!

Er was eens een tijd, dat banken je geld wilden hebben. Maar al te graag namen ze jouw geld in bewaring en gaven jou daar een leuke vergoeding voor. Met jouw spaarcenten konden ze namelijk kredieten verstrekken voor bedrijven, hypotheken verlenen aan burgers en een beetje spelen op de beurs. Simpel gezegd gingen ze met onze centen investeren en maakten daarmee zoveel winst dat die spaarrente makkelijk opgehoest kon worden. Dat is in feite wat een bank doet. Bemiddelen tussen mensen met een geld overschot en mensen met een geld tekort. En daar uiteraard een leuke commissie voor opstrijken.

Dat ging heel lang goed. Als spaarder kreeg je altijd wel een paar procent rente. Wat er voor zorgde dat je werd beloond voor je goede gedrag. Hield je geld over en zette je dat op een spaarrekening, dan werd dat vanzelf meer. Zeker voor ons Hollanders was dat een goede stimulans. Wij hebben altijd tot de beste spaarders ter wereld behoort. De meeste huishoudens hebben een mooie buffer op de bankrekening staan en onze pensioenfondsen zijn de grootsten ter wereld. Een appeltje voor de dorst heet dat hier en het wordt met de paplepel ingegoten. Ons bent zunnig, zoals ze in het zuiden des lands zeggen.

Toen begon het te dalen.

Lagere rentes is niet iets van de afgelopen jaren. De rente daalt al eeuwen. Maar dat gaat met zulke kleine stapjes dat we het nauwelijks doorhebben. Ik zeg nauwelijks, want je moet niet tornen aan de spaarrente. Dan gaan we namelijk massaal klagen.

Helaas bleef het bij klagen voor de meeste van ons. We hebben banken vervloekt, bankiers boeven genoemd en de hoge heren in Den Haag van alles de schuld gegeven. Maar ondertussen lieten de meesten van ons het geld lekker op de bank staan. Onder het mom van “Wat doe je eraan”, lieten we het ons gebeuren. In een eerdere blog hebben we het weleens vergelijken met die kikker die blijft zitten in een pan met kokend water.

Sommigen van ons zochten een alternatief voor de spaarrekening. Zo kunnen we ons nog het debacle van Icesave herinneren. Een IJslandse bank die torenhoge rentes beloofde in 2008. Je was wel gek als je niet daar je geld parkeerde. Helaas bleek het allemaal te mooi om waar te zijn, ging de bank failliet en moest de Nederlandse Staat met een geste de gedupeerde spaarders uit de brand helpen.

Anderen begonnen met een schuin oog naar de beurs te kijken. Een plek waar je wel wat risico liep, maar doorgaans op een beter rendement kon rekenen dan bij de bank. Zelfs toen de spaarrente nog op 3 a 4 procent stond, tikte je op de beurs al gemiddeld 8 procent binnen.

Maar het overgrote deel trok haar schouders op, gaf iemand de schuld van de lage rente en bleef sparen.

En bleef het maar dalen.

Ieder jaar kwam de rente een tikkie lager te liggen. Rond de eeuwwisseling kreeg je nog gemakkelijk 4 procent voor je spaargeld. Tien jaar later in 2010 was dat nog maar 2 procent.

De daling kwam in een stroomversnelling toen het in 2008 mis ging op de financiële markten. Toen al het stof was opgewaaid, kregen de banken de schuld en moest hun roekeloze gedrag worden betuigeld. Dat zijn niet mijn woorden, maar het oordeel van de Europese Centrale Bank. De Nederlandse Bank en de Federal Reserve dachten er trouwens hetzelfde over. Strakker monetair beleid was de oplossing om dit niet nog eens te laten gebeuren.

Als onderdeel van al het stimuleringsbeleid werd er een hoop extra geld de economie in gepompt en verlaagden de Centrale Banken over de hele wereld hun rentes. Dat zorgde ervoor dat de prijs van geld, de rente, een flinke duikeling nam. Zo werd het aantrekkelijker voor mensen en bedrijven om geld te lenen en te investeren. Ook omdat de beloning voor sparen tegelijkertijd omlaag ging. Als je minder rente krijgt op je spaargeld, wordt het makkelijker om nu je geld uit te geven. Je schiet er tenslotte toch weinig mee op als je het spaart.

Dit op zich verklaard nog niet hoe een negatieve rente normaal werd. Daarvoor moeten we nog inzoomen op het spel der grootbanken en centrale banken.

Een potje blufpoker.

Centrale banken bleven de rentes verlagen. Dat deden ze om de economie te stimuleren. Met een lage rente is investeren aantrekkelijker en sparen onnozeler. Tijdens mijn studie bedrijfseconomie hebben ze mij nog netjes geleerd dat een euro vandaag meer waard is dan een euro morgen. Je kunt die euro namelijk op de bank zetten en dan heb je morgen die euro plus rente. Één dag maakt dan geen echt verschil, maar hele jaren wel.

De andere kant van die medaille is de inflatie. Ons geld wordt elk dag iets minder waard. Vraag maar eens aan opa of oma hoeveel snoep ze vroeg voor een dubbeltje konden kopen en je weet genoeg. Zolang de spaarrente hoger is dan de inflatie, heeft sparen zin. Dan worden jouw euro’s daadwerkelijk meer waard.

De Centrale Banken willen dat er elk jaar een beetje inflatie is. Dat stimuleert namelijk dat mensen geld uitgeven. Dus door de rentes telkens te verlagen, maakt ze spenderen aantrekkelijker dan sparen. Zo kreeg de economie een boost en hielden ze de inflatie overeind.

In reactie op de constante verlagingen van de Centrale Banken gingen onze banken ook de spaarrente verlagen. Ze konden ook niet anders, want door alle nieuwe maatregelen was het aanhouden van spaartegoeden een duur geintje geworden.

Door het strengere toezicht, mochten banken niet meer naar hartelust handelen op de beurs. Dat was te risicovol volgens de ECB. In plaats daarvan moesten ze het grootste deel van het geld stallen bij de ECB zelf of investeren in staatsobligaties. Probleem was dat de ECB inmiddels al een negatieve rente hanteerde voor die gestalde spaartegoeden. En de staatsobligaties volgden snel. Jouw bank was dus verplicht om geld te investeren waar ze een negatief rendement op behaalden. Dat maakte van jouw spaarrekening een kostenpost.

En dus gingen ze de spaarrente verder verlagen. Voorzichtig natuurlijk, want je wil geen klanten verliezen. Op zich konden ze spaarders missen als kiespijn, maar als klant had je vaak ook een creditcard en hypotheek. En die brachten nog wel steeds geld in het laatje. Dus keken ze telkens naar elkaar. En zo ontstond een heel interessant potje blufpoker. Iedereen wilde de rente verlagen, maar niemand wilde de eerste zijn uit angst om een bank run te veroorzaken. Zo bleef het spelletje jaren doorgaan, wat wij allemaal hebben gemerkt aan de stroom aan slecht-nieuws-emails, totdat ABN AMRO op 1 april 2020 voor het eerst als grootbank de spaarrente op 0 zette. Inmiddels zijn de de meeste banken gevolgd. Slechts een enkeling ontvangt nog 0.01% rente op de spaarrekening.

Maar daar was het spel nog niet voorbij, want ze betaalden nog steeds voor onze spaartegoeden. Zelf tegen nul procent rente kostte het de bank nog geld. Daarom gingen ze de grens waarop ook consumenten een negatieve rente moesten betalen, steeds verder verlagen. Eerst moest je nog miljonair zijn om met een negatieve rente te maken te krijgen, maar nu is dat bij sommige banken al vanaf 50.000 euro.

De reactie van de spaarder.

En wat deden wij? Pakten we de hooivorken en fakkels uit de schuur om de straat mee op te gaan? Werden de klantenservice van iedere bank in Nederland platgebeld met klachten. Protesteerden we voor het kantoor van De Nederlandse Bank?

Neen! Niets van dat alles. Sterker nog, we zijn massaal meer gaan sparen. In een prachtig stukje omgekeerde psychologie dacht de spaarder maar één ding. “Als ik geen rente meer krijg die mijn appeltje voor de dorst laat groeien, moet ik dus meer gaan inleggen!”. En zo groeiden onze spaartegoeden van 125 miljard in 2000 naar 370 miljard in 2020. Een gemiddelde huishouden in Nederland heeft 40.000 op de spaarrekening staan. Waarbij de superrijken de boel uiteraard behoorlijk scheef trekken.

Hoe een negatieve rente normaal werd

Hoe erg is een negatieve rente?

Als je het tot hier hebt gehaald is waarschijnlijk de vraag bij je opgekomen. “Leuk om te weten hoe een negatieve rente normaal werd, maar hoe erg is dat eigenlijk?”.

Het is sowieso raar. De lesboeken die ik heb moeten bestuderen op de universiteit hielden het niet voor mogelijk dat er ooit een negatieve rente zou zijn. Waarom zou iemand geld betalen om zijn geld uit te lenen? Dan houd je het toch lekker zelf!

Het is ook mooi. Geld, rente en de economie zijn natuurlijk gewoon afspraken die we met z’n allen hebben gemaakt. En het feit dat we nu in een situatie zitten waar een negatieve rente normaal is, laat zien dat we die afspraken ook kunnen aanpassen indien nodig. Je dacht misschien dat ik overdreef met die hooivorken en fakkels van een paar paragrafen terug, maar er zijn genoeg mensen die dachten dat de pleuris los zou breken als de rente tot nul zou zakken. Laat staan daaronder. Iedereen zou zijn spaarrekening leeghalen, al was het maar uit wrok en het hele bancaire systeem zou omvallen. Maar dat is allemaal niet gebeurd. Onze beschaving kan tegen een stootje en blijkbaar is een negatieve rente geen knockout voor ons.

Als je het de gemiddelde Nederlander vraagt, dan is een negatieve rente dus niet heel erg. De meesten zullen er van balen, maar tegelijkertijd blij zijn dat de rente op leningen en hypotheken ook lekker laag is.

Bankiers vinden het vrij klote dat er zo weinig te verdienen valt aan de uitwisseling van geld. Op de meeste spaarrekeningen maken ze verlies en hypotheken verstrekken is ook geen vetpot meer. De meeste grootbanken focussen dan ook meer op hun zakelijke tak de laatste jaren. Je zou kunnen stellen dat al dat extra sparen van ons een passieve vorm van bankiertje pesten is. Maar waarschijnlijk is niemand er op die manier mee bezig.

De nieuwe spelregels

In een wereld met negatieve rentes zijn de spelregels anders. Vroeger was een spaarrekening een leuke bron van inkomsten, nu is het een kostenpost. Je verdient geen rente op jouw spaargeld, maar het is wel onderhevig aan inflatie. Daar komt bij dat vanaf 35.000 euro je vermogensbelasting gaat afdragen en boven de 50.000 euro je het risico loopt om een boeterente te moeten betalen. Sparen heeft al haar glans verloren.

Lenen is veel goedkoper geworden. Hypotheken, bedrijfskredieren, leaseauto’s. Alles gaat tegen een lagere rente. Op de pof leven is hiermee aantrekkelijker dan ooit. Gelukkig zit dat niet echt in onze aard als Nederlanders, maar het risico dat we ons allemaal in de schulden steken groeit wel.

Beleggen is aantrekkelijker geworden. Sparen kost geld. Je hypotheek aflossen heeft nauwelijks zin, want je betaalt toch geen rente. Dus blijft de beurs over als plek om rendement te behalen. Dat is ook goed te zien aan de enorme toename van particuliere beleggers. De meeste brokers kampten in 2020 met lange wachtlijsten om iedereen van een beleggingsrekening te voorzien. En het feit dat er meer particulier geld naar de beursvloer vloeit is ook te zien aan de groei van trackers en de stunts die we laatst nog voorbij zagen komen bij GameStop. De toeloop van particuliere beleggers op de beurs wordt binnen het wereldje al afgedaan met de slagzin “There is no alternative.”. Als jouw geld rendement zoekt, dan ga je dat alleen nog maar op de beurs vinden.

Ook omdat al die bedrijven waar je belegt, lekker profiteren van de lage rente. De meeste bedrijven hebben langlopende leningen op de balans staan en die worden steeds goedkoper om af te sluiten. Dat scheelt weer in de kosten. Er zijn zelfs bedrijven die met goedkoop geleend geld eigen aandelen inkopen, wat de koers flink omhoog stuwt. De taart hoeft na zo’n inkoopprogramma immers in minder stukken te worden gedeeld. Wat elk stuk groter maakt. Bedrijven profiteren dus van de lage rente, wat betekent dat aandeelhouders meeprofiteren.

Hoe lang gaat dit goed?

Dat weet niemand. Er waren er genoeg die dachten dat bij een lage rente de boel zou ploffen. We leven nu al jaren met negatieve rentes en het gaat nog steeds goed.

De verwachting is wel dat de rentes weer een keer zullen stijgen. Maar of we ooit weer 3 tot 4 procent op ons spaargeld zullen krijgen is erg onzeker. Laten we hopen dat we op z’n minst op een niveau komen zodat je de inflatie eruit hebt aan het einde van het jaar. Dan kan sparen weer als toevoeging worden gezien.

Voor de beurzen zal een stijgende rente tegenwind betekenen. Waar bedrijven profiteren van lage rentes, zullen ze last hebben van hogere. Maar dat hoeft niet direct de winstgevendheid te raken. Zoals we weten is de beurs wel opgewassen tegen een beetje tegenwind.

Één ding is zeker. De Centrale Banken zullen hun best blijven doen om de economie aan te jagen de komende jaren. Het credo van het afgelopen decennium was stimuleren, stimuleren, stimuleren en daar lijkt weinig verandering in te komen.

En wij durven de voorspelling wel aan dat of de rentes nu hoog of laag zijn, de aandelenportefeuille zal het altijd winnen van de spaarrekening. Dat was al zo in 1999 toen hypotheekrentes nog twee cijfers voor de komma hadden en dat is nu nog steeds zo met een boeterente op een forse spaarrekening. In de strijd om rendement is het de aandeelhouder die wint!